Papier is eeuwenlang dé vorm geweest waarin samenlevingen zich organiseerden. Handig, eenvoudig, esthetisch en afwisselend qua uitvoering en met een belangrijke mate van privacy voor het individu. Maar, zo besloot men enkele decennia geleden, met de voortschrijdende technologie en digitalisering heeft papier zijn tijd gehad. Teksten worden voortaan digitaal verspreid, dus weg met de boeken en de meubels die ze herbergen. Het maakt plek vrij in huis, kantoor of reisbagage en is beter voor het milieu. Minder bomen hoeven immers te worden omgezaagd, minder hout voor kasten is nodig. Een radicale aanpak die in korte tijd zijn beslag kreeg.
De gevolgen bleven niet lang uit. De boekenbranche kreeg het moeilijk. Met vereende inspanning van krachten roeien uitgevers en boekhandelaren tot de dag van vandaag tegen de stroom op: laten de openbare kastjes met gratis boeken immers geen drastische waardevermindering van hun producten zien? Bibliotheken die aanvankelijk hun functie als centra van cultuur dreigden te verliezen, werken er hard aan om via aanpassingen hun betekenis te behouden. Papieren tijdschriften en kranten blijven vooralsnog de schappen redelijk vullen. Er lijkt sprake van een overgangstijd.
De snelle degradatie van papier zonder dat de waarde ervan goed gewogen is, heeft verregaande consequenties waarmee we in toenemende mate worden geconfronteerd. Voor een deel zijn deze gevolgen al duidelijk zichtbaar en schrijnend, bijvoorbeeld op sociaal gebied en op het punt van veiligheid. Voor een ander deel is er een ontwikkeling in gang gezet die mogelijk in de toekomst problemen gaat opleveren voor het menselijk functioneren.
Wie regelmatig met het openbaar vervoer reist, zal zich misschien minder verbazen over de non-communicatie tussen reizigers (iedereen op het scherm, zittend, hollend, op een roltrap, achter een kinderwagen etc) dan over een persoon die een boek zit te lezen in de trein. Nog zeldzamer is de mens die zomaar om zich heen zit te kijken en daarbij openstaat voor contact. Sinds we alles wat we zoeken letterlijk in eigen hand hebben, hoeven we niemand meer iets te vragen. De noodzaak tot contact maken is verdwenen en hoe dat überhaupt moet weten we nauwelijks meer. (Ironisch genoeg bestaan er sinds kort fysieke boekenclubs waar onbekenden met elkaar een boek komen bespreken om op die manier met anderen te kunnen communiceren!)
Online onveiligheid is een enorm en groeiend probleem. Gebrek aan privacy, spionage, hackgevaar, maar ook plotselinge stroomuitval zijn aan de orde van de dag. In het laatste geval zijn we uitgeschakeld op alle fronten: communicatie, betalingen/dus levensonderhoud, zorg. Wie heeft een blocnote met adressen en pennen klaarliggen in zijn of haar noodpakket? Papier als ultieme back-up. In de zomer van 2013 verscheen een persberichtje over de Russische geheime dienst. Men zou daar weer met typemachines en papier werken ‘omdat informatie dan minder snel uitlekt’. Een tekst op papier – zeker wanneer deze niet of nauwelijks vermenigvuldigd is – is veel gemakkelijker te beschermen dan een digitaal document. Voordeel is bovendien dat ontstaansgeschiedenissen van relaties, gedachten en allerhande ontwikkelingen op papier eerder bewaard worden in de vorm van concepten, verschillende versies van teksten of brieven. In de digitale cultuur wordt meestal meteen gecorrigeerd of gewist wat niet meer terzake doet. Een schat aan informatie gaat hiermee verloren. Willen we soms een toekomst scheppen zonder geschiedenis?
Voor de langere termijn speelt er nog meer. Papier is van de aarde. Juist omdat boeken en papier nauw met de natuur zijn verbonden, herinneren ze ons ook aan haar. Dat doen ze op zeer zintuiglijke wijze. Een spiksplinternieuw boek ruiken, aanraken, de bladzijden omslaan. Het geluid ervan , het gevoel in je vingers en handen. Een boek, tijdschrift of krant beetpakken, het gewicht voelen, lichamelijk betrokken zijn. Beleving van spieren en zenuwen hebben en een notie ervaren van de manier waarop dit alles mede bepaalt hoe je de tekst tot je neemt en verwerkt… Onze knieval voor het koude, gladde, uniforme scherm betekent een ingrijpende wijziging van onze verhouding tot materie én tot onze zintuiglijke vermogens. Wie zal zeggen wat dat met ons doet?
Behalve de passieve omgang met papier, is er de actieve: het schrijven met de hand. Over het nut en de noodzaak hiervan bestaat onenigheid. Op Finse scholen en soms elders schaft(e) men handschrijven helemaal af. Kinderen leren het eenvoudig niet meer. Een onverantwoord experiment? In het licht van toenemende stroomuitval zeker! Daarbij komt nog iets anders. Iedere dagboekschrijver kent de lichamelijke rust en geestelijke helderheid die het schrijven met de hand geeft. Een ervaring die door wetenschappelijk onderzoek wordt ondersteund. In de neurowetenschap ontdekte men dat wie met pen en papier schrijft meer gedeelten van de hersenen gebruikt dan wie op een toetsenbord tikt. Deze specifieke, lichamelijke expressie van onszelf in de stof activeert het geheugen en helpt contact met het eigen innerlijk te bevorderen. In sommige onderwijsinstellingen past men deze kennis toe en keren de schriften juist terug.
Dit betoog is niet bedoeld om de klok terug te draaien. Dat zou onmogelijk zijn. Bovendien staan de enorme voordelen van digitale communicatie en cultuur buiten kijf. Het is wel een pleidooi om met het kind niet het badwater weg te gooien. Niet te voorbarig af te serveren wat ons in balans kan houden en ons eraan herinnert dat we deel uitmaken van de natuur.
Het beeld van politici en andere bestuurders met blocnotes op tafel is nog niet uitgestorven. Wie grijpt in het dagelijks leven voor een krabbeltje of notitie niet snel even naar de pen? Laten we de waarde van papier koesteren en naast online cultuur een creatieve, nieuwe manier van offline communicatie ontwikkelen.
