DICHTER BIJ JOU



teken


dat ik terug ben
gekomen op je woord
mijn rug op warm basalt

op dezelfde plek
dezelfde bomen
jaar in jaar uit
(met onkruid tussen mijn tenen
die roze gelakt waren toen)
zie wuiven
aan de overkant

dat ik langzaam hoor
hoe over het water
een stem niet meer
zo diep weerkaatst
zegt toch

dat jij het weet
dat ik er ben
en dat ik blijf

tot later



Ga je mee


Van de taal heb ik geweten (maar niet zelf van haar gehoord)
dat zij oud en  door en door en krom en omgebogen was
versleten  –  woorden boeken zat maar zin en regels  zo verzwakt
dat zij een brug te broos werd  om nog overheen te lopen

in haar schoonheid  te misbruikt, kapotgebeukt
als ragfijn gras onder de hamer van de mensen
sprakeloos van misverstand, van keelgeschraap, geschreeuw
op  handen, haat in monden, stomme praat om ieders eigen wens.

Van haar zelf heb ik vernomen:  op is op alles is uit, 
over nu en sluiten maar met een gedicht dat zo geschreven is
dat het vandaag  vanzelf begint

ga je mee/ ja ik ga mee / wie gaat er mee onder de gronden
om te kijken en te geloven dat er gouden letters zijn
om een nieuwe taal te rapen, ongestoord en ongebonden
luisterend naar fluitekruid,  naar de  de klingels en de klepels
naar de oorsprong van de klanken

de geboorte van geluid.




bij de formatie 2021


lui aan de macht
van die glimmende lieden
vol van niet weten
hoe het moet
met het volk
met de inborst,
met het schone geweten

draaiers aan het rad,
tienmaal in de rondte
maar ze denken zeker
dan heb je ook wat

daar verschijnen ze weer
de poppenkast open
en wie van de drie
wordt het nu weer niet –  

maar weten jullie
weet je wat, begin er eens mee
een hart te kopen,
een vurig hart dat met zijn vlam
een weg kan branden om te lopen

in de menselijke pas