DICHTER BIJ JOU



wonder


het valt het mag
een wonder heten,
verwarring die de scherpte
van een omstandigheid
verzacht

de kruin van het stenen
beeld in de tuin
ademloos gemutst

geen verweer,
geen noodzaak tot een
ja maar meer

sporen
tot rust gebracht

onder sneeuw
gaat de beweging
van witte tegen
strijdigheid schuil




ergens heen


ergens heen gaan.
dat doen
zonder willen en weten
waar het komt en hoe het loopt

de eindstreep wellicht
nergens halen
maar hoe je gaat
en hoopt

alvast beginnen
zonder bereiken:
dat durven  en
dat doen




soms


soms,
hier of daar
komt aangevlogen
wat indruk maakt
wat lijkt te zeggen
wat er gebeuren moet

een woord met vleugels
ongekend
met stippen, strepen, stralen,
dat fladdert en prikt
wat het tegen komt,
dat maskers doorboort
en sterke verhalen

maar niet dat van  de doveman
met zijn scherm op zwart,
zijn oor op niemendal