DICHTER BIJ JOU


aanvang


het gaat heel gauw
van de eerste drup
– je denkt nog het stopt
je denkt nog niet doen
je denkt nog het valt wel
tegen te houden
maar nee –

het gaat heel snel van het begin
naar plenzen en naar pijpenstelen

is er geen regen die zich bedenkt,
bereid is om zich om te keren,
omhoog  en terug en droog en
nergens meer vandaan 
maar boven blijvend

in de hemel
meer dan thuis ?



soms


soms,
hier of daar
komt aangevlogen
wat indruk maakt
wat lijkt te zeggen
wat er gebeuren moet

een woord met vleugels
ongekend
met stippen, strepen, stralen,
dat fladdert en prikt
wat het tegen komt,
dat maskers doorboort
en sterke verhalen

maar niet dat van  de doveman
met zijn scherm op zwart,
zijn oor op niemendal


september


de avond zien vallen
op mijn tafel,
gaatjes in het ronde blad
dat van ijzer is en buiten
gewoon langs de dorpsweg
staat te verkillen

tussen hoeven zweven
kortere dagen aan

er hangt een kind
aan de rekstok,
het zwaait nog wat lusteloos
heen en weer

tot het tijd is
om ons neer te leggen
bij de dingen
die komen gaan