
man
vanmorgen een man
uit de krant geknipt
een rus nog wel
met hoge ogen
maar daarom was het
niet te doen
een onbekend verschijnsel
dat het papier bewoog
en los vloog
en ik door de kamer
met een schaar
erachter aan
nu hangt hij
aan een muur die vrij was
en kruis ik duizendmaal
zijn blik en lees erin
wij zijn geen vreemden
wij weten allebei hiervan
riskant
over de rand van de
voorgeschreven regels
buig ik mij behoedzaam
naar het ravijn
en wat daarin uitgesproken
anders bloeiend
had kunnen zijn
gelukkig
schriftelijk verzekerd
gevonden
in de blanco straten van de nacht
houd ik het midden
een witte regel
en zomaar gevonden
wat stilte zegt
