Angst

In mei 1895 verzucht de Duitse schrijver Theodor Fontane in een brief aan zijn beste vriend: ‘Mijn haat voor alles wat de nieuwe tijd tegenhoudt groeit nog steeds, en de mogelijkheid,de waarschijnlijkheid zelfs, dat aan de overwinning van het nieuwe een vreselijk gevecht vooraf moet gaan, kan mij er niet van weerhouden te verlangen naar die overwinning van het nieuwe. Onzin en leugen oefenen een te zware druk uit, zwaarder dan de fysieke nood.’
Hoe actueel klinken deze woorden!  Woorden die doen denken aan het geloof in  newage kringen dat we leven in de pijnlijke  geboorteweeën  van een nieuwe tijd ( niet te verwarren met het verhaal over het einde der tijden).  Ze geven haarfijn het spanningsveld aan waarin de mensheid zich ook in onze tijd lijkt te bevinden.  Een gevoel dat velen hebben: dat het oude heeft afgedaan en er iets nieuws moet komen. Maar hoe? Waar? En door wie?

In zijn verzuchting laat Fontane in het midden wat de nieuwe tijd mogelijk in zal houden. Dát zij zal overwinnen staat voor hem vast. Daarmee lijkt hij ervan uit te gaan dat vernieuwing een zodanig krachtig  (natuurlijk?) proces is dat zij uiteindelijk als vanzelf de overhand zal krijgen.  De vraag is slechts wanneer. Blijkbaar zijn er manieren en middelen om tegen te houden wat zich aandient. Obstakels, door burgers opgeworpen. Met als gevolg een weergaloze krachtmeting tussen dat wat staat te gebeuren – in de maak is, zeg maar –  en de menselijke angst voor verlies aan  zekerheid  en macht.

Bij dit plaatje zou je allerlei nadere vragen kunnen stellen zoals: is de nieuwe tijd dan per se goed of beter dan de oude? En wie heeft wat precies te verliezen als de dingen veranderen? Interessanter op deze plek is het om de uitingen van Theodor Fontane toe te passen op wat we zien gebeuren in de huidige tijd. Ondanks veelbelovende sociale bewegingen en ontwikkelingen op het gebied van kunst, samenleven en spiritualiteit verandert  de wereld in toenemende mate in chaos, in buitensporige strijd, machtsvertoon en onnoemelijke ellende.
Waarom schiet het niet op? Waarom worden we steeds intoleranter in plaats van verdraagzamer? Souplesse en humor hebben plaats gemaakt voor een grimmigheid die bizarre vormen heeft aangenomen.  Censuur, uitbuiting en bedreigingen zijn aan de orde van de dag.  We betwisten elkaar de ruimte. Vechten elkaar de tent uit in een bewustzijnsvernauwing die haar weerga niet kent. Is dit de strijd waar Fontane op doelde?  Zitten we in het hevigst denkbare verzet tegen iets wat komen wil, wat we ergens aanvoelen maar nog niet bewust voor ons zien?  En dieper nog, daaronder: waar zijn we bang voor? Misschien moeten we – om deze tijd beter te begrijpen – de diepte in van onze geest. De menselijke geest. En daarover fantaseren. Speculeren.

    Ten eerste. Alles wat ophoudt, heeft afgedaan of stopt geeft onrust. Enige mate van angst. Zeker wanneer er nog geen nieuwe vormen zijn is dat heel normaal. Je hoeft je als mens nooit  te schamen voor je behoefte aan veiligheid of duidelijkheid.  Zolang je de proporties maar in de gaten houdt en je ervan bewust bent dat alle mensen in de wereld in hetzelfde schuitje zitten.

    Ten tweede. Veel angsten zijn begrijpelijk. Zoals angst voor de dood, voor natuurrampen, voor geweld. Iets minder verklaarbaar maar even reëel  zijn alle andere, voorkomende angsten, hoe vreemd soms ook.  Angst hoort bij het leven en het is aan ieder van ons apart om er mee te leren dealen. Bang zijn we allemaal op onze eigen manier, dat moeten we echter wel weten van elkaar, het erkennen en accepteren.  Maar al zijn we bang en mogen we dat ook zijn, daarom hoeven we ons nog niet angstaanjagend te gedragen : anderen onnodig de angst in te jagen in woord of daad.

    Ten derde. Filosoferend over deze tijd en over de gigantische weerstanden, noem het angsten, die overal voelbaar en zichtbaar zijn: zou je heel voorzichtig kunnen stellen dat we met z’n allen bang zijn voor de grenzeloze ruimte waarin wij zijn geworpen? Voor de definitieve bestaansonzekerheid  waarin wij leven omdat het antwoord op het ‘waarom’ van deze planeet zo goed als zeker nooit zal komen?  En dit terwijl wij juist zo fabelachtig verantwoordelijk zijn?

Hoe je ook kijkt of denkt, bij een nieuwe tijd hoort een nieuw bewustzijn. Dat staat vast. Daar kun je aan meewerken. Voor openstaan. Of niet. Dát bedoelde Fontane. Op dit moment van de geschiedenis zou baanbrekend inzicht in onze angsten en hoe wij gewend zijn daarmee om te gaan wel eens voorwaarde kunnen zijn voor een leefbare toekomst. Dit houdt in dat wij bereid zijn onderscheid te gaan maken tussen de angst ‘van allen’ die ons verbindt en de idiote angsten  waarmee we elkaar nog eens extra opzadelen en die ons uit elkaar drijven.
Als we de eerste erkennen en kunnen delen en met de laatste praktijken willen stoppen zijn we vast en zeker aanbeland in een nieuwe tijd…