Introspectie betekent ‘naar binnen kijken’ in geestelijke zin. Dit kan op individueel niveau gebeuren maar ook in een club, vereniging, groep of zelfs land. Je zou het een vorm van intern beraad kunnen noemen. Daarbij horen vragen. Wat heb ik/ hebben we precies gedaan? Vanuit welke motieven of emoties is er gehandeld of besloten? Wat ging er goed of juist helemaal niet? Maar ook meer toekomstgericht: hoe kan dit of dat beter? Wat wil ik/willen we en waarom?
Het naar binnen kijken bij jezelf als individu – waartoe dit stukje zich zal beperken – is iets wat vandaag de dag niet zomaar voor iedereen vanzelfsprekend is. Er is rust en voornemen voor nodig: je moet het willen doen en momenten hebben of scheppen waarin je ongestoord bij jezelf kunt zijn, waar of hoe dan ook. Even geen input van buiten, alle aandacht bij wat er binnen in je leeft.
Een en ander wil niet zeggen dat je midden in de drukte of in een gesprek geen heldere inzichten in jezelf kunt krijgen, het betekent wel dat je de tijd moet nemen om bepaalde constateringen of waarnemingen van jezelf uit te werken. Jezelf ondervragen, dat is waar introspectie over gaat. Hoe doe je dat?
Allereerst is het verstandig om te weten waarnáár je op een gegeven ogenblik kijkt. Kijk je naar handelingen van jezelf die geweest zijn en zo ja op welke manier kijk je dan? Doe je dat opbouwend, liefdevol of afbrekend? Voldoende, maar niet óverkritisch naar jezelf? Waarachtig? Etc. (Vroeger sprak men wel van gewetensonderzoek; in de moderne aanpak is deze term vrijwel verdwenen. Wat hetzelfde bleef is het feit dat zelfbeschouwing natuurlijk altijd mede gekleurd wordt door de waarden die je hebt.)
Het is ook mogelijk dat je voor een belangrijke keuze staat en je afvraagt wat je moet doen. In dat geval kunnen veel gepieker en stress optreden en is het verleidelijk om wijze raad in te winnen bij een buitenstaander. Dit lijkt misschien de kortste weg maar de antwoorden die je krijgt zullen toch echt ook weer in jezelf gewogen moeten worden…
Veel vragen die we ons stellen gaan over lopende gebeurtenissen en praktische zaken. Soms zijn het niet meer dan verzuchtingen en denken we bij voorbaat dat er geen antwoord op komt (of zitten we daar niet op te wachten! ). Bijvoorbeeld: ‘Waarom moet mij dit nu weer overkomen? Wat gebeurt hier? Waarom gaat het zoals het gaat?’ Maar bijvoorbeeld ook: ‘Zal ik de loterij nog eens winnen?’
Interessant is dat dergelijke ‘noodkreten’ onbewust of ongemerkt aan een dieper niveau raken waarvan we kennelijk niet het gevoel hebben erbij te kunnen komen. We stellen de vragen weliswaar binnen ons eigen systeem maar richten ze eigenlijk tot iets buiten onszelf. Tot een hogere instantie die het overzicht heeft zoals God, het Lot of de Toekomst.
Anders ligt het bij de vraag: ‘Waarom heb ik die permanente worsteling met iets?’ Deze formulering nodigt serieus uit tot introspectie en kan leiden tot vruchtbaar zelfonderzoek.
Bij het kijken in jezelf is van belang op welk niveau, welke ruimte je je richt.
Een voorbeeld. In plaats van de vraag te stellen of je nog wel een relatie zult vinden en wat je daarvoor eventueel zou moeten doen, kun je ook overwegen wat wellicht de zin is van het feit dat je op dit moment nog zonder partner bent (wat iets anders is dan het zoeken naar een oorzaak!). Wat is er op dit moment in je leven gaande waardoor je misschien een gelukkiger of steviger mens aan het worden bent? Misschien word je wel voorbereid op een geslaagde match die voor later bestemd is. Wie weet? Van die dingen hebben we immers geen overzicht.
Bij grote kwesties in het leven kan louter het stéllen van de vraag ‘Wat is hier de bedoeling van?’ helpen. Hiermee open je een ruimte en plaats je jezelf in een spirituele context. Het zet je denken op een ander spoor en geeft nieuwe inspiratie om verder te gaan.
Tegenwoordig hoor je vaak mensen zeggen: ‘Blijkbaar moet ik hiervan leren.’ Of: ‘Wat moet ik hiervan leren?’ Op zich zijn deze vragen een goedbedoelde en nuttige reactie op een teleurstellende situatie of gebeurtenis, zeker wanneer zij leidt tot serieus zelfonderzoek.
Toch kunnen hier in spirituele zin beperkingen binnensluipen. Vooral wanneer we menen het antwoord snel te weten en dus zelf de controle te kunnen behouden, kan dat blokkerend werken voor wat zich vanuit een dieper niveau en in langzamer tempo duidelijk wil gaan maken.
Niemand minder dan Rilke heeft het schitterend verwoord: ‘Als je de vragen leeft, leef je wellicht ooit, per ongeluk, het antwoord in.’ In deze woorden ligt ten eerste besloten hoe belangrijk het is om de juiste vragen te stellen. Over jezelf. (Maar ook over de wereld! Dit hier terzijde.) Na het stellen van de vragen moet je bereid zijn om ze ook weer los te laten. Antwoorden bestaan immers niet in kant-en-klare vorm maar moeten de gelegenheid krijgen zich te vormen en te óntstaan. Per ongeluk nog wel, aldus de dichter. Dat wil zeggen buiten jezelf om. Enig zicht kunnen we gaandeweg krijgen, maar helemaal zeker is dat niet.
Het recept dat Rilke geeft kan het leven spannender maken. Goed mogelijk dat je met de tijd steeds geboeider raakt door het waarnemen van fenomenaal in elkaar passende gebeurtenissen, ontmoetingen en dingen. Mocht je desondanks ongeduldig worden en het gevoel krijgen dat er helemaal niets gebeurt, dan kun je twee dingen doen. Je kunt proberen je vraag of vragen anders te formuleren. Maar je kunt je ook afvragen: ‘Hoor of zie ik de antwoorden wel? Komen ze misschien anders dan ik wil of had verwacht?’
Kortom: geduld, introspectie en ‘van binnen luisteren’ zijn onmisbare ingrediënten bij het omgaan met het al of niet ontvangen van antwoorden in je leven. Een ware kunst!