Worden

Onze taal is doorspekt met het woord ‘worden’. Hoe word ik groot? Hoe wordt het vrede in de wereld? Wordt het nog wat met die relatie? Het gebruik van ‘worden ‘ is eindeloos.  Een onmisbaar woord zou je kunnen zeggen want spreken of schrijven zonder dat iets of iemand wórdt zal moeilijk gaan.  Toch hapert er iets. Er is met ‘worden’  in deze tijd iets aan de hand. Dit wordt het duidelijkst wanneer je kijkt naar de technologie.

Neem een digitale klok. De tijd verstrijkt er sprongsgewijs. Van twaalf uur naar  één over twaalf gebeurt met een sprongetje, een schokje.  Je hebt geen zicht op de tussentijd. Of neem het internet waarop je iets moet invullen.  Je moet altijd kiezen: ja of nee.  Een cijfer invullen.  Een hoeveelheid sterretjes aangeven. Enzovoort!  Er bestaat in de digitale wereld geen ruimte tussen twee punten, geen plek voor  in elkaar overvloeiende nuances zoals die wel bestaan in je geest.  Je kunt er niet worden,  alleen maar zijn.   
Meetbaarheid en telbaarheid beheersen de moderne wereld.  Multiple choice is niet meer weg te denken uit het onderwijs. In de media worden we doodgegooid met statistische verslagen en grafieken.  We zijn het allemaal gewoon gaan vinden. Maar hoe gewoon ís het eigenlijk? Is het een natuurverschijnsel, een gevolg van de ontwikkeling van de mensheid of is er soms sprake van een keuze geweest?

In de tweede helft van de vorige eeuw heeft een belangrijke verandering in de wetenschap  plaatsgevonden. Geleerden hebben toen besloten dat het allemaal anders moest.  De oude manier van (kwalitatief) veldonderzoek zoals die eeuwenlang was gehanteerd werd niet langer geschikt geacht  en vervangen door de kwantitatieve methode. Deze regeert tot op heden en is op wiskunde gebaseerd. Er geldt een strenge aanname, namelijk  dat alleen datgene waar en bruikbaar is wat meetbaar, telbaar en bewijsbaar is onder gecontroleerde omstandigheden (evidence based). Deze wijziging wordt ook wel paradigmawisseling genoemd. Een en ander  heeft grote gevolgen gehad. Technologie nam een hoge vlucht terwijl  aandacht voor de geest  en alles wat daarmee te maken heeft op de tweede plaats terecht kwam. Op het gebied van de psychologie, van persoonlijke ervaringen maar bijvoorbeeld ook van ontwikkelingen in de taal valt nu eenmaal minder te bewijzen met de spijkerharde claims die de tegenwoordige wetenschap hanteert.  

Het is de vraag in hoeverre we uiteindelijk blij mogen zijn met de ontwikkelingen. De technologische vernieuwing heeft een ingrijpende invloed gehad op ons zijn. Zij is binnengedrongen in het denken en voelen van individuen. In de beleving van onszelf.  Ons wordt niet alleen voorgespiegeld dat we reduceerbaar en meetbaar zijn in termen van wiskunde, dat wil zeggen uitsluitend waarneembaar op bepaalde punten. Ons wordt ook geleerd dat we pas  dán (letterlijk!) meetellen wanneer we iets zeker weten of op een duidelijk standpunt zijn beland. Ja of nee. Man of vrouw. Gelukkig of niet.
Op het web moet je altijd ergens zijn en kun je nooit (nog even) ergens niet zijn. Soms voel je dat je onmogelijk  kunt  kiezen tussen de voorgekauwde opties,  geen sprongetje kunt maken naar waar je eigenlijk niet bent. Dan spring je toch maar. Naar voren of naar achteren. Omdat je anders niet verder kunt. Het moet gewoon. Voor de weg tussen twee keuzepunten, de weg ergens naartoe,  voor je nog-niet-weten, je tobben, je twijfelen, je rijpen of bedoelen – kortom voor de wordingsprocessen in je geest is op het internet geen plaats.

Er zit nog een andere kant aan het verhaal. Het feit dat ‘worden’ wordt weggedrukt uit het digitale discours heeft belangrijke implicaties voor hoe er met ons wordt omgegaan door overheden, instanties en bedrijven.  Behalve dat men ons op een gegeven moment vastlegt zoals wij ons voordoen of zeggen te zijn, gaat men er ook nog eens van uit dat wij morgen dezelfde zullen zijn als vandaag. Dezelfde wensen hebben. Dezelfde contouren.   Ook de markt doet dat.  Een keertje zomaar of per ongeluk   een hotel in Griekenland bekeken op internet? Dan dagenlang vergelijkbare aanbiedingen krijgen op je scherm.  Om dol van te worden. Het slaat nergens op. 
Als het daarbij kon blijven… Helaas werkt het patroon door in de communicatie in zijn algemeenheid. Krampachtig pinnen we elkaar vast op wat we op een bepaald ogenblik vinden, zeggen of leuk vinden. Geestelijke flexibiliteit verdwijnt  en onverdraagzaamheid  viert hoogtij.  Schrijnend! Hoe tegenstrijdig met wie wij wezenlijk zijn!
Bewegend in een volstrekt dynamisch universum zijn we duizendmaal complexer en spannender dan onze virtuele identiteit wil doen geloven. Altijd elders en verder dan waar we zojuist nog waren.  Wie ik gisteren was, ben ik vandaag niet meer. Over een uur ben ik al niet meer dezelfde.  Deze werkelijkheid negeren is een hachelijke zaak en speelt mogelijk mede een rol speelt bij de massale psychische problematiek van de laatste tijd.

Hoe wordt een bol onder de grond in het voorjaar een geurende bloem? Kun je het zien zelfs als je er  een winter lang dag en nacht bij zou staan te kijken? Kun je getuige zijn van de essentie ervan?
Worden is een woord van de buitencategorie. Het is  zoveel meer dan veranderen. En zoveel dieper dan het simpele gevolg van je handelen en je keuzes. Het is een geheimzinnig proces waar niemand, ook geen wetenschapper, de vinger op kan leggen. Iets  waar geen school voor bestaat. Wat je niet kunt leren. Niet kunt dóen. Niemand kan je vertellen  of beschrijven hoe het precies in z’n werk gaat.

Worden is de ruggegraat van je bestaan. Het  gebéurt met je. Met jou en met de wereld om je heen.  Je kunt je er alleen maar aan overgeven. Het in ere houden. Je verwonderen dat er zoiets bestaat. Ongrijpbaar als het leven.